Blog

Anti-sociaal

Afgelopen donderdag ging in Gent iMinds door, conventie van de gelijknamige organisatie (het vroegere IBBT).

Opvallende keynote-spreker was Andrew Keen. Beroemd en berucht geworden met zijn boek The Cult of the amateur. De man stelt daarin dat de opkomst van blogs en user-generated content in het algemeen ronduit rampzalig is voor de professionele auteur. Zowel Google als Wikipedia worden zwaar op de korrel genomen en parasieten genoemd.

Op het internet kweekt alles als konijnen

Ik heb Keen toendertijd ook bezig gezien in talkshows en debatten, en was -het zal je niet verbazen- weinig gecharmeerd door zijn betoog.

En nu heeft ‘ie een nieuw boek geschreven: Digital Vertigo. Goeddeels hetzelfde pessimisme, maar met het accent op social media. Ik wilde graag horen wat Keen daarover te vertellen had, qua voordeel van de twijfel en zo. Ziehier mijn opinie. Met op het einde een constructieve twist. Wait for it.

Keen is leep, zoveel is zeker. Hij toont een fragment van één van de beste films aller tijden: Vertigo. Daarin wordt een detective (James Stewart) verliefd op een rijke erfgename uit San Francisco die nadien een bedriegster blijkt te zijn. Hij wordt dus verliefd op iets wat niet bestaat. En volgens Keen is dat precies wat er op Facebook gebeurt. We construeren beelden van onszelf en anderen waar we vervolgens verliefd op worden, en verliezen zo elke aanraking met de realiteit. En op het einde zullen we, net als Kim Novak in Vertigo, dodelijk te pletter storten.

En dat is dus leep: je neemt de plot van een dijk van een filmklassieker, trekt wat parallellen met het hedendaagse Internetgebruik, en dus is het rampscenario dat je verkondigt ook waar. Je overgiet het met een sausje van intellectualisme -hij vernoemde Hegel- en dan heb je nog meer gelijk.

Keen haalde de Highlight-app aan als een voorbeeld van hoe ver het ocharme ondertussen gekomen is. Highlight toont je informatie van mensen die fysiek in je buurt zijn, maar die je niet noodzakelijk ook kent. Dat is behoorlijk voyeuristisch, vind ik ook. Highlight is dan ook het soort app dat wellicht goed scoort bij (semi-)professionele netwerkers, maar voor de rest weinig mensen echt aanspreekt. En die fout maakt Keen veel: hij koppelt anekdotes (mensen die elke maaltijd fotograferen en op Facebook zetten) aan de hype-cultuur van Silicon Valley en ziet dan een duistere toekomst waarin we elkaars Big Brother zijn en ons enkel nog kunnen wentelen in zelfbeklag omdat we niet kunnen zijn wat anderen van ons verwachten. Alsof de gehypete waanbeelden van elke overroepen startup ook werkelijkheid zullen worden.

Al dat eindeloos delen en liken leidt ook nergens toe, volgens Keen, er ontstaat niets nieuws uit. Want -ga er even voor zitten- Steve Wozniak heeft de PC helemaal op zijn eentje uitgevonden, zonder al dat social gedoe. Wie ook maar een beetje zijn geschiedenis kent, weet dat dat complete onzin is. De eenzame uitvinder is een mythe, en dat weten we eigenlijk al eeuwen.

Voor mij viel Keen compleet door de mand. Een tafelspringer die er vooral op uit is controversieel te zijn en daarmee boeken te verkopen (wat hij later die dag ook letterlijk stond te doen). De cynicus die alles op de slechtst mogelijke manier interpreteert en elke extreme uitwas veralgemeent. Wie een betere kritiek op Facebook en consoorten wil lezen, leest beter Program or be Programmed van Douglas Rushkoff. Daar kan je wat mee, namelijk. Na Andrew Keen kan je alleen nog maar bang zijn en verlangen naar vroeger, toen alles beter was.

Mooi contrast daarmee waren Robert Levine en Aram Sinnreich. Die hadden het meerbepaald over auteursrecht, en welke richting het daarmee uit moet in deze digitale wereld waarin het concept ‘kopie’ vaak etherische vormen aanneemt. Beide gaven ze eerst een presentatie, met nadien een debat. Veel genuanceerder dan Keen, beter onderbouwd en met ideeën voor de toekomst.

Het voornaamste argument van Robert Levine was dat technologiebedrijven (met name Google) vóór een open Internet en lakse auteursrechten zijn omdat ze zo kunnen profiteren van het werk van auteurs zonder ervoor te hoeven betalen. Of dat individuele bloggers of grote mediaconcerns zijn, doet daarbij niet terzake. De zogezegd nobele motieven van Google (vrije toegang tot kennis) zijn dus niet zo zuiver. Getuige daarvan is het feit dat de populairste torrent Fast Five is, niet meteen een ijkpunt van cultuur. Levine ziet een duidelijk onderscheid tussen distributeurs en consumenten. Een tiener die al eens gratis een bioscoop binnenglipt is iets anders dan een tiener die in de bioscoop werkt, illegale kopieën buitensmokkelt en voor grof geld verkoopt. Distributeurs van illegale content moeten dus vervolgd, maar consumenten voor de rechter slepen is volgens Levine vooral slechte PR.

Aram Sinnreich erkent grotendeels hetzelfde probleem, maar stelt dat we vooral op zoek moeten gaan naar manieren om met de veranderde context om te gaan. Het is onmogelijk geworden om inhoud geheel en al binnen een walled garden te houden en te controleren wie wanneer toegang heeft en aan welke voorwaarden. Vernieuwende businessmodellen zijn de enige uitweg en de enige manier om geld te blijven verdienen aan cultuurproducten. iTunes en Spotify hebben ervoor gezorgd dat er weer betaald wordt voor muziek, maar het landschap is wel grondig hertekend. Het is Apple dat nu vooral geld verdient aan muziekverkoop, en niet meer de labels. Mensen kopen weer individuele nummers en geen heelder cd’s meer, wat volgens Sinnreich de grootste oorzaak is voor de dalende muziekverkoop. Waar nu het echte geld zit is in gebruiksgemak. Apple, Spotify en Amazon tonen dat ook aan: als het aanbod groot is en de toegang gemakkelijk, wordt er vrij vlot betaald. Weinig mensen gaan nog de moeite doen om torrents te zoeken en te downloaden als dezelfde inhoud met één klik aan te kopen is en je zelfs tegemoetkomt via aanbevelingen allerhande.

De toekomst is dus wat ‘ie is, terug naar het verleden kunnen we niet. En Vertigo is een betere film dan Fast Five, dat wil ik toch ook nog even meegeven.

 

Één reactie op “Anti-sociaal

Reageer