Blog

Berlijn

Voor wie houdt van ingewikkelde systemen, is de recente geschiedenis van Berlijn, en bij uitbreiding Duitsland, werkelijk een droom.

We hebben net drie dagen gespendeerd in de Duitse hoofdstad, en dan stelt een mens zich al eens vragen bij hoe dat vroeger, voor 1989, allemaal in elkaar zat. Gratis wi-fi in ‘t hotel en Wikipedia doen de rest.

Belangrijk om weten is dat heel die Duitse toestand tussen 1945 en 1990 een aaneenschakeling van voorlopige oplossingen was.

Er was eens een Rus, een Engelsman, een Fransman en een Amerikaan

Zoals u allen weet, verloor den Duits in ’45 schromelijk de Tweede Wereldoorlog. Duitsland werd verdeeld in verschillende bezettingszones tussen de Sovjet-Unie, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. De stad Berlijn lag midden in de Sovjetzone en werd op haar beurt verdeeld onder dezelfde vier bezettingsmachten.

Dat was voorlopig, in afwachting van een definitieve oplossing voor Duitsland. Het plan was om het land te transformeren in een natie met vooral landbouw en lichte industrie. Stalin, nooit verlegen om een doortastend optreden meer of minder, was pro-actief al begonnen met het verhuizen van zowat alle industriële capaciteit uit Duitsland naar de good old USSR. Even afrekenen voor operatie Barbarossa, zeg maar.

Maar met dat hervormingsplan voor Duitsland liep het niet zo vlot. Stalin wilde per se dat Duitsland onder de sovjet-invloedssfeer zou vallen en stelde, toen dat op een vierstemmig njet vanuit het Westen werd onthaald, voor om het land dan maar op neutrale leest te schoeien. Ook dat viel niet in de smaak van de drie andere bezettingsmogendheden. Het resultaat was een patstelling, die er met het ontluiken van de Koude Oorlog, niet gemakkelijker op werd.

De ecologische voetafdruk is nooit berekend

De Sovjet-Unie had met de Westerse bezettingsmachten een paar formele afspraken over de bereikbaarheid van Berlijn. Met name drie  luchtcorridors. Ook over de weg en per spoor was Berlijn bereikbaar vanuit het Westen. Dat was een soort vriendendienst van de Sovjet-Unie, er waren geen formele afspraken over. Toen Stalin zijn zin niet kreeg qua politieke kleur van het toekomstige Duitsland, besloot hij de boel dan maar te forceren. De Sovjets begonnen met het beperken van de toegang tot Berlijn via spoor en weg, en protesteerden heftig tegen de plannen van het Westen om een hervormde Duitse Mark in te voeren. De Sovjets wilden de onstabiele Reichsmark houden om zo de Duitse economie verder te verzwakken. Toen de Westerse mogendheden dan toch de Deutsche Mark invoerden, sloot Stalin de toegang tot Berlijn helemaal af. Alleen de luchtcorridors bleven open. In Moskou was men er vast van overtuigd dat West-Berlijn via de lucht bevoorraden onmogelijk was en dat de Sovjet-Unie al snel de controle over heel Berlijn (en bij uitbreiding Duitsland) zou krijgen. Elf maanden luchtbrug later hief Stalin -vermoedelijk onder luid gevloek- de blokkade weer op en werd het status quo hersteld.

Het was duidelijk dat een nieuwe eengemaakte Duitse natie niet voor meteen zou zijn, en dat leidde dan in 1949 tot de oprichting van de Bondsrepubliek Duitsland in het Westen en de Duitse Democratische Republiek in het Oosten. Zonder onderling overleg, overigens. De vier vrienden uit de oorlog waren allang niet meer zo joviaal met elkaar.

Haus der Lüge

Cruciaal was dat Berlijn gewoon bezet gebied bleef. Tenminste, afhankelijk van aan wie je ‘t vroeg. Volgens de officiële afspraak bleef Berlijn onder gedeeld bestuur van de geallieerden tot er voor heel Duitsland een definitieve oplossing was bereikt. Maar dat zat er, met de Koude Oorlog en al, niet meteen in. In het Westen wilde men op termijn nog altijd een eengemaakt Duitsland, en koos men dus Bonn als voorlopige hoofdstad. West-Berlijn was -althans officieel- geen onderdeel van West-Duitsland en kon dan ook niet de hoofdstad zijn. Om de boel toch iet of wat overzichtelijk te houden werden wel alle West-Duitse wetten ook door het West-Berlijnse parlement gestemd en ingevoerd. Alle wetten? Nee, natuurlijk niet. Want West-Berlijn werd in feite bestuurd door de geallieerden, met name hun stafchefs. Een Franse, Britse en Amerikaanse generaal moesten dus alle Berlijnse wetten ook goedkeuren. Dat deden ze meestal wel, maar niet altijd. De West-Duitse dienstplicht werd zo nooit ingevoerd in West-Berlijn. Dat zorgde ervoor dat alle langharig werkschuw tuig uit West-Duitsland naar de voormalige hoofdstad afzakte om daar al dienstplicht-ontduikend te gaan zorgen voor de underground-cultuur die vervolgens typisch werd voor Berlijn. De Einstürzende Neubauten hebt u dus onrechtstreeks te danken aan het kapitalistische militaire apparaat. Denk daar maar eens over na.

Het DDR-parlement

De Oost-Duitsers namen het niet zo nauw met dat verschil in status tussen Berlijn en de rest van Duitsland. Zij riepen Oost-Berlijn gewoon uit tot hoofdstad van hun land en beschouwden de stad niet meer als bezet gebied. Dat zorgde in het Westen voor behoorlijk wat diplomatieke hoofdbrekers. Want hoe vestig je een ambassade in een land met een hoofdstad die niet tot dat land behoort? Westerse diplomaten vermeden angstvallig het woord ‘hoofdstad’ in documenten over de DDR, en hadden het steevast over ‘de zetel van de regering’ of iets dergelijks. Schoorvoetend werden er weldegelijk ambassades geopend in Oost-Berlijn, maar dus altijd met een ‘ja, maar’ erbij.

Niet toegelaten

Omgekeerd konden de Ossi’s ook stevig de puntjes op de i zetten als het moest. Er werd, zeker voor het bouwen van de Berlijnse Muur, heel wat gereisd tussen beide stads- en landsdelen. Maar West-Berlijners met een West-Duits paspoort werden door de Oost-Duitse grenswachters wandelen gestuurd. Want West-Berlijn hoorde niet bij West-Duitsland en die paspoorten waren bijgevolg ongeldig. Ah ja. De West-Berlijners hadden ook een identiteitskaart, vergelijkbaar met de Belgische, waar de grenswachters wel blij van werden. Tenminste, tot de DDR de visumplicht invoerde voor West-Berlijners. Dat betekende dat het Oost-Duitse grenspersoneel een stempel moest zetten. In tegenstelling tot een normaal paspoort, heeft zo’n identiteitskaart geen extra pagina’s die daarvoor dienen. Het resultaat was dat West-Berlijners van hun Communistische quasi-landgenoten een extra brochure meekregen voor het afstempelen. Voor de militairen en diplomaten van de Westerse bezettingsmogendheden was de situatie ook niet eenvoudig, want zij erkenden de DDR niet en mochten dus enkel gecontroleerd worden door Sovjetsoldaten via speciale grensovergangen.

De Oost-Duitse spoorwegen

Laten we het dan eens over de treinen hebben. Bij het einde van de oorlog werd er, alweer voorlopig, beslist om het treinverkeer in Berlijn niet te splitsen. De Reichsbahn, de vooroorlogse Duitse spoorwegmaatschappij, werd binnen heel Berlijn door de Sovjet-Unie overgenomen. In de praktijk sloeg dat vooral op het stadsnetwerk: de S-bahn. Dat betekende dus dat er in West-Berlijn treinen rondreden van een de facto DDR-staatsbedrijf, met veelal West-Duits personeel. Oost-Duits personeel vormde immers een te groot overlopersrisico. Het personeel van de S-bahn viel onder de Oost-Duitse sociale zekerheid die speciaal voor hen een ziekenhuis in West-Berlijn had. De spoorwegpolitie was ook Oost-Duits, maar de Westerse bezettingsmogendheden erkenden geen Oost-Duitse bevoegdheid in Berlijn (enkel die van de Sovjet-Unie), en al helemaal niet in het westen van de stad. Dus in de S-bahnstations patrouilleerden ook West-Berlijnse politie-agenten. Die hele toestand was niet echt een recept voor commercieel succes, de S-bahn kende een dalende populariteit. Na het bouwen van de Berlijnse Muur boycotten heel wat West-Berlijners de stadstreinen, zodat het reizigersaantal daalde. Na een staking van het personeel in 1980 werd de dienstverlening sterk afgebouwd. En toch bleven de treinen rijden, tot in 1984 de S-bahn uiteindelijk aan West-Berlijn werd overgedragen. Het is erg merkwaardig dat de Oost-Duitse spoorwegen de naam ‘Reichsbahn’ bleven gebruiken, een anachronisme dat verwees naar een ‘Reich’ dat allerminst strookte met de nieuwe communistische identiteit. Het vermoeden bestaat dat de Oost-Duitsers vasthielden aan de naam enkel en alleen om in West-Berlijn treinen te kunnen laten rijden. Als ze ooit besloten hadden om de naam te veranderen, zou men in het Westen wellicht geargumenteerd hebben dat het om een andere maatschappij ging, zonder bevoegdheden in West-Berlijn.

Een Sovjetpatrouille in 1983

Enigszins gerelateerd zijn de militaire patrouilles. In die olijke late jaren ’40 werd door de vier bezettingsmachten beslist om -jawel, voorlopig- alle geallieerde legers in heel Berlijn te laten patrouilleren. Tot in 1990 patrouilleerden er dus regelmatig en nauwgezet Sovjetsoldaten (geen Oost-Duitse) in het Westen en Amerikaanse, Franse en Britse soldaten in het Oosten.

Doorheen de jaren ’50 groeiden Oost- en West-Duitsland economisch steeds verder uit elkaar. Veel Oost-Duitsers zochten hun heil in het Westen, al dan niet legaal. De toenemende sovjetisering van de DDR en de paranoïde stalinistische politiek joegen ook heel wat Oost-Duitsers naar het westen. Tegen 1961 was maar liefst 20% van de Oost-Duitse bevolking westwaarts getrokken, veelal hoogopgeleiden. De oplossing van de Oost-Duitsers was om het Ijzeren Gordijn te bouwen, ook en erg opvallend midden in Berlijn. De eerste versie van de Berlijnse Muur werd snel-snel in de nacht van 12 op 13 augustus 1961 opgetrokken, vooral met hekwerk en prikkeldraad. De Berlijners werden wakker en stelden vast dat ze niet meer naar de overkant van de straat konden. Wuiven naar vrienden en familie aldaar, dat ging nog. Oost-Berlijners die in West-Berlijn werkten konden een andere job zoeken.

De laatste generatie van 'de muur'

De Oost-Duitse overheid noemde de Berlijnse Muur een ‘anti-fascistische beschermingswal’, gericht tegen Westerse agenten in Oost-Berlijn. De West-Berlijners zouden ook massaal de Oost-Berlijnse winkels leegkopen, en daar moest wat aan gedaan worden. Enigszins opmerkzame Ossi’s was het echter opgevallen dat West-Berlijners vlot naar het Oosten mochten, maar dat zijzelf maar heel moeizaam naar het Westen konden. De ware redenen van de bouw waren dan ook een publiek geheim in Oost-Berlijn. Voor de Westerse NATO-machten was de Muur vreemd genoeg ook een geruststelling. Dat de Oost-Duitsers een muur bouwden, betekende immers dat ze niet meteen van plan waren om West-Berlijn met geweld in te nemen.

Een Oost-Duits wegrestaurant

De Oost-Duitse overheid liet het gebruik van vier autobahnen toe voor de verbinding van West-Berlijn met West-Duitsland. Meestal waren dat autowegen die ook voor Oost-Duitse auto’s toegankelijk waren. De mogelijkheid bestond dus dat vuige kapitalisten een praatje zouden slaan met onbezoedelde socialistische zieltjes in één of ander wegrestaurant. Om dat aan banden te leggen werd de doortocht gechronometreerd. Auto’s die er verdacht lang over deden om van de ene naar de andere kant te rijden werden door ijverige Oost-Duitse grenswachten volledig leeggehaald en onderzocht, op zoek naar verstekelingen of clandestiene waar. Stasi-agenten in burger én in West-Duitse auto’s patrouilleerden ook regelmatig over deze transitroutes.

Doorheen de jaren werd de Berlijnse muur steeds verder geperfectioneerd. Naast de muur werd aan de oostkant overal een zone vrijgemaakt van vegetatie en gebouwen, de zogenaamde kill zone. Niet overdreven, want grenswachten hadden de opdracht om met scherp te schieten op elke Oost-Duitser die zich richting muur begaf. En daartoe behoefden ze een vrij schootsveld. Arbeidsvoorwaarden, altijd een sterk punt geweest van stalinistische regimes. In de kill zone werd de grond bedekt met zand en gravel zodat voetsporen goed zichtbaar waren. Dat diende vooral om ongehoorzame grenswachten -de losers die weerloze burgers niet in de rug wilden schieten- te kunnen identificeren. Als je een foto ziet van de Berlijnse muur van voor 1990 kan je zo makkelijk zien welke kant van de muur het is. Als er graffiti op staat is het de westkant. De muur zelf stond volledig op Oost-Berlijns grondgebied, dus ook de ‘westkant’ viel eigenlijk onder de bevoegdheid van de DDR-grenswachten. Ter controle waren er dan ook her en der kleine deurtjes in de betonnen panelen die gebruikt konden worden voor inspectie van de westzijde van de muur. Enkel door zorgvuldig geselecteerd personeel, uiteraard.

Bij de indeling van Berlijn in bezettingszones was er geen rekening gehouden met de bouw van een betonnen muur. Onbegrijpelijk, ik weet het. Er waren dan ook heel wat West-Berlijnse exclaves in Oost-Berlijn en Oost-Duitsland. Vooral volkstuintjes en recreatiegebieden. Er waren ook kerkhoven die door de Berlijnse Muur gescheiden werden van hun parochies. Wie dus het onkruid tussen de worteltjes wilde wieden of een graf bezoeken had vaak vergunningen en speciale toelatingen nodig. Tot in 1988 was er tussen Oost en West dan ook een hele koehandel met uitwisseling van stukken Berlijns grondgebied, al dan niet tegen betaling van gegeerde Westerse deviezen, om de boel toch iet of wat beheersbaar te krijgen.

Een Trabant

De uiteindelijke val van de muur in 1989 valt perfect in lijn met deze hele geschiedenis van voorlopig hier en toevallig daar. De hervormingsgezinde regering van Hongarije had haar grens met Oostenrijk al in augustus 1989 opengesteld. Heel wat Oost-Duitsers vluchtten via daar relatief gemakkelijk naar het Westen. Tot Hongarije Oost-Duitsers tegenhield aan de grens met Oostenrijk en ook Oost-Duitsland zelf haar onderdanen niet meer liet afreizen. Dat zorgde voor behoorlijk wat onrust in de DDR, ook in Oost-Berlijn. Mensen protesteerden, hielden sit-ins bij Westerse ambassades, enzovoort. Men eiste de glasnost en perestroika die Gorbachov in de Sovjet-Unie had ingevoerd ook in de DDR. Erich Honecker, leider van Oost-Duitsland, bereidde zich ondertussen vooral voor op de viering van veertig jaar DDR en negeerde het volksprotest. Honecker wordt oud, dachten zijn kameraden van het politbureau, en de mens werd op 18 oktober ’89 dan ook afgezet en vervangen door Egon Krenz.

Een kleine maand daarna, op 9 november, vergaderde het politbureau van de DDR en besloot om de grenzen open te stellen voor mensen die naar het Westen wilden. Maar door een communicatiefout werd het persbericht daarover voorgelezen alsof de maatregel met onmiddelijke ingang was en ook gold voor alle grensovergangen in Berlijn. De Oost-Duitse grenswachten hoorden het nieuws, net als iedereen, via radio of TV en zagen plots honderden Trabtants en voetgangers aan hun grensposten verzamelen, allen met de eis om meteen over te mogen. Want de persattaché van het politbureau had het zelf gezegd. De ene grensovergang na de andere ging overstag, en al snel stond David Hasselhoff Freedom te zingen aan de Brandenburger Tor. Vermoedelijk een ultieme poging van de Stasi om de Oost-Duitsers ervan te overtuigen dat het in de DDR zo slecht nog niet was.

En bij deze is dat dan de tweede keer dat ik dit nummer op deze blog zet. Het zijn die hypnotiserende lichtjes op zijn namaakleren vestje, denk ik.

Één reactie op “Berlijn

  1. Knappe uiteenzetting. En ik heb weeral vanalles bijgeleerd :-) .

Reageer