Blog

De toekomst is er al

Ik zit op mijn paard

Dit wordt een beetje een rant, ik zeg het al maar.

Ik word het internetbashen stilaan hartsgrondig beu. Er gaat geen dag voorbij of het zit er weer tegen. Een kleine schavuit experimenteert met explosieven op de Grote Markt van Hasselt, iemand schrijft daar iets over op Twitter, en prompt wordt er lacherig gedaan over de zogezegde paniekgolf-voor-niets. Beste lezer: er was geen paniekgolf.

De VRT begint liever een derde televisienet dan stevig te investeren in hun online kanalen. Een jongerenkanaal dan nog, terwijl die jongeren steeds meer televisie met haar vaste uitzendschema’s vaarwel zeggen. Ik snap dat niet. Tenzij je rendement uit het verleden als garantie voor de toekomst beschouwt.

Wikipedia ligt quasi constant onder vuur omwille van fouten en onnauwkeurigheden. Het is één van de populairste websites, zonder ooit één dollar of euro aan reclame te hebben uitgegeven en -belangrijker- zonder dat er op de site één advertentie te bespeuren valt. Wikipedia is een universeel toegankelijke en gigantisch grote verzameling van belangeloos verzamelde kennis. Gratis, en met een ongeziene nauwkeurigheid. Niet perfect, nee. Wat nog, zeg? Wikipedia is een vrij succesvolle realisatie van het soort project waarover vijftig jaar geleden Science-Fictionverhalen geschreven werden. Gebouwd door een hoop vrijwilligers.

En dan kom ik daar iemand tegen op Facebook die vindt dat het Internet als overheidskanaal een slechte zaak is omdat het mensen discrimineert, meerbepaald de minderbedeelden die geen Internettoegang hebben. Om dat soort defaitisme word ik kwaad. Stel je voor dat zo iemand vijfhonderd jaar geleden tegen Gutenberg gezegd zou hebben dat boeken een slechte zaak zijn. Omdat bijna niemand kan lezen, noch geld heeft om boeken te kopen. Analfabetisme zou nog steeds de norm zijn, het onderwijs zou amper bestaan, laat staan de kenniseconomie. Dat soort houding getuigt van een verdoken elitarisme (sociaal zwakkeren zijn au fond niet in staat online te gaan) waar ik uitslag van krijg.

Nee, het Internet is vele malen minder discriminerend dan drukwerk. Om te beginnen voor mensen met een functiebeperking. Neem pakweg iets eenvoudigs als een huisvuilkalender. In zijn klassieke papieren vorm is dat voor een blinde totaal nutteloos. Maar als webpagina is ‘ie perfect bruikbaar. Het kost bovendien een fractie om aan te maken.

Dankzij het Internet kunnen allochtonen van eender welke generatie vrij eenvoudig en goedkoop contact met familie in het thuisland onderhouden. Dankzij het Internet kan informatie ook eenvoudiger in verschillende talen verspreid worden, er zijn geen extra drukkosten aan verbonden. Niches en specifieke doelgroepen worden beter en efficiënter bediend. Ja, het kost wat meer moeite om aandacht te besteden aan die specifieke noden, en het is gemakkelijker om gewoon een berg papier te maken. Zo gaat dat met nieuwe dingen: in ‘t begin ben je daar een beetje bang van.

Het Internet, en dan meerbepaald het wonder dat Google heet, zorgt er ook voor dat belangrijke informatie maar één zoekopdracht ver is. Potentieel alleszins, want de aanbieder van die informatie moet zich wel enigszins bewust zijn van de door de doelgroep gebruikte terminologie en ervoor zorgen dat zijn pagina’s goed geïndexeerd worden. Maar dat is vele malen goedkoper en efficiënter dan folders schrijven, laten vormgeven en drukken op honderdduizend exemplaren, om die dan langzaam te laten vergelen in de eindeloze folderbakken in onze bibliotheken en gemeentehuizen.

Er wordt ook wel eens gemompeld dat het Internet vol rommel staat, dat er quasi niets van waarde te vinden is. Ik durf dat te betwisten. Tenminste, ik betwist dat er op Internet in verhouding meer rommel staat dan elders. Wandel de gemiddelde dagbladhandel binnen en stel het zelf vast. Of zet je TV eens aan, zo midden in prime time.

Nee, in plaats van te zeuren over wat voor een duur luxeproduct internettoegang wel niet is, zouden we er beter een basisrecht van maken. En stevig investeren in opleiding en vorming over het gebruik ervan. Ouderwetse volksverheffing, zeg maar, in plaats van de digitale kloof te vergroten door een deel van de bevolking willens en wetens offline te houden.

Zoals William Gibson het zei: “De toekomst is er al, ze is alleen nog ongelijk verdeeld.” Het is aan ons om gelijke kansen te creëren en op te houden met dat Internet als leuk nieuw speeltje te beschouwen.

PS Het geslacht van ‘toekomst’ heb ik opgezocht op http://woordenlijst.org/, geheel gratis en voor niks en 100% actueel. Vroeger moest je daar een groen boekje voor kopen, inclusief fouten. En wat doen wij? Zeuren dat ‘de jeugd’ zo’n dingen niet meer gewoon uit het hoofd kent.

2 reacties op “De toekomst is er al

  1. Straf dat hier nog niemand reageerde op je blogpost. ‘t is maar om te zeggen dat ik deze met plezier gelezen (en geretweet) heb ;-)

  2. ‘t Is wel wat beginnen leven op Twitter en zo, inderdaad gek dat er hier niemand reageert. ‘t Is de nieuwen tijd, zeker?

Reageer