Ik ben een tijdje geleden weer aan het schrijven geslagen. Geen idee of iemand het wil lezen ook. Een fragment, laat in de reacties weten of je meer wil lezen, dan zet ik hier regelmatig nieuwe stukken:
Arnulfs handen trilden terwijl hij de auto inlaadde. Tussen zijn hoofd en schouder hield hij een gsm geklemd, wat zijn gestuntel er alleen maar erger op maakte.
“Ik neem de telelenzen en de statieven mee, maak je geen zorgen.”
Hij had één van de grote tassen niet goed gesloten. De tas viel open en vier aluminium buizen vielen kletterend op de straatstenen.
“Godverdomme. Ik bel je terug!”
Arnulf borg zijn gsm op en zocht de onderdelen van het statief terug bij elkaar. Hij smeet de laatste tas met fotomateriaal in de koffer van zijn stokoude Volvo stationwagen en startte de auto. Ondanks het beperkte vermogen van de versleten gezinswagen vertrok hij met gierende banden. Zo snel mogelijk racete Arnulf door de donkere straten van Oslo, in de richting van de haven.
Onderweg haalde hij z’n gsm opnieuw boven.
“Hallo? Harald? Ik ben onderweg. Zie je ze nog?”
Ongeveer een uur geleden had Harald Kaarbø, secretaris van de lokale UFO-NORGE afdeling, hem in paniek opgebeld. Hij had tijdens één van zijn routine-observaties van de nachtelijke hemel een formatie ufo’s opgemerkt. Meer dan dat, ze waren zo duidelijk zichtbaar dat het onmiskenbaar vliegende schotels waren. Arnulf was de fotograaf van de groep en wilde zo’n buitenkans niet missen. Misschien zouden de foto’s zelfs duidelijk genoeg zijn om een buitenaardse oorsprong uit te sluiten, want daar geloofde Arnulf al lang niet meer in.
“Ik ben er bijna, Harald, je zal me zometeen over de heuvel zien komen. Zeg me waar in de lucht ik moet kijken.”
Maar Harald hoefde niets te zeggen. Toen de Volvo van Arnulf de heuvelkam over stuiterde zag hij meteen acht lichtgevende schijven in de lucht, onmiskenbaar fysische, tastbare voorwerpen. In de heldere nacht leken ze dichterbij dan hij ooit een UFO had gezien.
Arnulf gooide de remmen dicht, parkeerde zijn auto in de berm en stapte uit. Hij hoorde de wind ruisen door het gras en de oververhitte motor van de auto tikken, maar voor de rest was het stil. Een perfect normale Noorse nacht, uitgezonderd de acht vreemde bezoekers in de lucht. Arnulf stond aan de grond genageld. In de zijkant van de vliegende schotels zag hij wat onmiskenbaar ramen waren. Hij moest beter kunnen kijken om zeker te zijn van wat hij zag. Zonder zijn ogen van de lichtgevende schijven af te houden, strompelde hij naar de koffer van zijn wagen. Hij draaide zo snel hij kon de telelens op zijn digitale Canon en richtte het apparaat op de lucht. Met bevende handen stelde hij scherp op één van de UFO’s. Er was geen twijfel meer mogelijk.
Op de onderkant van de schijven stonden getallen. 43, 22, 87, 34, enzovoort. Midden op de onderkant van elke schijf stond een kleine zwarte swastika. Arnulf maakte zo snel en zo veel mogelijk foto’s. Hij had gelijk gekregen.

Woehoe, voor mij mag hier een vervolg op komen, want je hebt het uiteraard wel spannend gehouden, en ik wil weten wat er verder gebeurt. Enige reden waarom je verhaal zich in Noorwegen afspeelt?
more please…
@Nele: Dit fragment speelde zich eigenlijk oorspronkelijk in Zuid-Frankrijk af, maar toen ontdekte ik UFO-NORGE (ja, die bestaan écht
) en heb ik maar besloten om het naar Oslo te verhuizen. Maar wees gerust, zo ongeveer de hele wereld komt aan de beurt.
@dewi: working on it
Toon, doe zeker verder. Hopelijk geraak jij verder dan ik ooit