Voor Klasse voor Ouders heb ik vorige week een nieuwe ‘Klik & Print‘ gemaakt voor het begin van het schooljaar: Boeken kaften, hoe doe je dat? (PDF) Behoorlijk wat tekenwerk aan gehad, maar het resultaat mag er best zijn.
En nu: flink kaften!
onderwerp
Voor Klasse voor Ouders heb ik vorige week een nieuwe ‘Klik & Print‘ gemaakt voor het begin van het schooljaar: Boeken kaften, hoe doe je dat? (PDF) Behoorlijk wat tekenwerk aan gehad, maar het resultaat mag er best zijn.
En nu: flink kaften!

$ 19,99 online
Ergens is het gewoon een ruitjesschrift met een harde kaft, maar dat is net het geweldige.
Hij heeft zo’n leeslint, en een elastiek om ‘m gesloten te houden. De bladzijden zijn genummerd en hebben plaats voor een titeltje. Achteraan zit er ook een klein naslagwerkje met allerlei technische gegevens en weetjes (de wet van Ohm, bijvoorbeeld). Dat gebruik ik niet zo vaak, maar voor de rest is het een ideaal ‘projectschrift’.
Ik maak er website wireframes en blokschema’s in, noteer briefings, nota’s van vergaderingen, enzovoort. Het is een flexibel ding, zo’n Maker’s Notebook. En stevig, met die kartonnen kaft. Het leeslint is superhandig en de elastiek zorgt ervoor dat ‘ie nooit openvalt en dat je er dus gerust allerlei papiertjes kan tussensteken. Het formaat van 16 op 24 centimeter is ook bijzonder praktisch. Net groot genoeg.
De prijs en het feit dat je ‘m uit de VS moet laten versturen zijn nadelen, als iemand een lokaal en goedkoper equivalent kent, hoor ik het graag.
Ik ben een fan van Marvano. De Eeuwige Oorlog heeft een voorname plaats in mijn boekenkast, naast het werk van Moebius.
In juni verschijnt het eerste deel van Marvano’s nieuwe trilogie Grand Prix, het verhaal van de Mercedes-racestal tijdens de woelige jaren 1930. In het uitstekende Stripgids stond daarvan een voorpublicatie, samen met een interview met de auteur.
Blijkbaar was autoracen in de jaren ’30 zo ongeveer wat voetbal nu is. Dat mag ook niet verbazen. Een normale auto uit die tijd haalde amper de 60 kilometer per uur, terwijl monsters van racewagens toen al tegen 300 per uur over hobbelige circuits raasden. Veiligheidsgordels werden niet gedragen want ‘een auto is geen rugzak’.
Vanaf 1934 scheerden Mercedes en Auto Union hoge toppen met hun Silberpfeile: van lak ontdane aluminium bolides die prijs na prijs wegkaapten. Zwaar gesponsord door het nazi-regime. Dat stuk racegeschiedenis ligt nog steeds verscholen achter de Duitse schaamte. Marvano merkte bij zijn research dat op heel wat foto’s swastika’s in vlaggen en op auto’s waren weggeretoucheerd. Het mag nog altijd niet geweten zijn dat het Derde Rijk heel Duitsland beheerste en dat het hakenkruis onderdeel was van het dagelijks leven. We kunnen ons dat vandaag de dag moeilijk voorstellen, dat duizenden toeschouwers op de Nürburgring hun rechterarm de lucht instaken bij alweer een Duitse overwinning, als onschuldig gebaar van patriottisme. Dat racepiloten zich kransen lieten omhangen waar de nazi-vlag op prijkte zonder daar vragen bij te stellen. De oorlog was nog veraf, Hitler was nog de man die Duitsland weer prestige had gegeven.
Die sluier wil Marvano oplichten. Via een fictief personage vertelt hij de geschiedenis van de Mercedes-racestal in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog. Een tragisch verhaal vol personages die geen besef hebben van de wending die de geschiedenis zal nemen. Die sfeer zit alvast ingebakken in de voorpublicatie. Ik kijk uit naar het eerste album in juni.
Het moet weer lukken.
Deze week heb ik The World Without Us uitgelezen, en vandaag heb ik The Road gezien. De combinatie van beide kleurt mijn wereldbeeld ietwat somber in. Of laten we zeggen dat ik de kleine dingen in ‘t leven meer heb leren appreciëren. Dat klinkt al positiever.
The World Without Us, van Alan Weisman, beschrijft hoe de wereld er zou uitzien als de mens van de ene dag op de andere zou verdwijnen. Het komt er op neer dat er binnen een paar honderd jaar nog nauwelijks iets van onze aanwezigheid zou te merken zijn. Tenzij dan plaatselijke ‘hot zones’ van radio-activiteit waar kerncentrales gestaan hebben. Want die volgen onvermijdelijk allemaal het voorbeeld van Chernobyl zonder menselijke supervisie. En POPs, die zullen bij het opslokken van de aarde door de zon, binnen ongeveer vijf miljard jaar, nog altijd ergens diep verscholen in graniet terug te vinden zijn als raadselachtig overblijfsel van intelligent leven.
Bronzen beelden zouden ook nog ver in de toekomst terug te vinden zijn, doordat ze eigenlijk voor het grootste deel uit het edelmetaal koper bestaan. Staal en beton gaan gewoon weer op in de natuur. Plastic verpulvert tot onherkenbaar poeder, maar zal niet snel verdwijnen.
Een bijzonder fascinerend hoofdstuk is dat over de Maya-beschaving, die mysterieus in elkaar stortte tijdens de achtste-negende eeuw. Heelder stukken regenwoud waarvan je op het eerste zich zou denken dat ze er altijd al geweest zijn, waren iets meer dan duizend jaar geleden bloeiende stadscentra. Er zijn nu satellietbeelden nodig om de monumentale gebouwen terug te vinden, ze worden nogal eens verward met heuvels.
The Road is eigenlijk net het omgekeerde. Door een catastrofe -er wordt nooit uitgelegd wat precies, en da’s een van de sterktes van de film- ligt de hele wereld letterlijk in as. Quasi alle leven is dood, er zijn voortdurend stormen en aardbevingen en branden woeden onbeperkt. Over alles ligt een fijne laag grauw stof. Hetgeen overblijft van de mensheid is nauwelijks nog die naam waardig. De meesten leven in kannibalistische stammen en jagen op rondtrekkende vluchtelingen/nomaden. Je kan het ze nauwelijks kwalijk nemen. Het is geen prettige wereld, zonder vogels, zonder insecten, zonder het minste sprietje groen en met werkelijk niets om te eten.
De film is een bewerking van de gelijknamige roman van Corman McCarthy die in 2007 de Pulitzer Prize voor Amerikaanse fictie won. Het verhaal gaat over een vader die met zijn elfjarige zoon door een verwoest Amerika naar ‘het zuiden’ trekt. De man en zijn zoon -ze worden nooit bij naam genoemd- proberen hun menselijke waardigheid in die uitzichtloze toestand te bewaren. De moeder heeft een paar jaar na de geboorte van haar zoon zelfmoord gepleegd, waarna vader en zoon hun reis zijn begonnen. Al wat ze nog hebben past in een winkelkarretje.
De film gaat vooral over de relatie tussen vader en zoon, en hun sterke band. Ze zijn voor elkaar het enige wat echt bestaat in de wereld. De vader probeert zijn zoon te beschermen tegen ‘slechte mensen’, de zoon probeert hem eraan te herinneren dat ze zelf menselijk moeten blijven. Laat je niet misleiden door de vreselijke trailers, het is geen The Fugitive of Mad Max-achtige achtervolgingsfilm.
De regisseur heeft er bewust voor gekozen om vooral echte plaatsen te gebruiken als decor. Uitgebrande pretparken, desolate stukken Pennsylvania en New Orleans na Katrina waren onder andere de locaties. Geen epische CGI-scènes of over-the-top effecten dus.
De film doet je ook beseffen hoe essentieel de biosfeer is voor ons bestaan. Je ziet met eigen ogen hoe de wereld er ongeveer zou uitzien met alleen maar mensen. En dat komt aan.
Ik kan ze beide aanraden, The Road nog iets meer. Zeker voor vaders met zonen.
Dit boek van Tom Holland had ik al een tijdje op mijn ‘te lezen’ lijstje staan, en ‘t is er uiteindelijk van aan ‘t komen, elke treinrit een stukje meer.
Het gaat over de periode rond het jaar 1.000 in Europa. Toen blijkbaar iedereen vermoedde dat het Einde der Tijden er, duizend jaar na de geboorte dan wel de verrijzenis van Christus, zat aan te komen. Het is het begin ook, van het Europa zoals we het nu kennen, met het ontstaan van wat later Frankrijk en Duitsland zouden worden.
Het is en blijft non-fictie, en dit soort boeken kan snel een heel erg saaie opsomming van plaatsen en data worden. Maar Tom Holland maakt er een wervelend verhaal van, het leest als een film van Peter Jackson. De beschrijving van het dagelijks leven in die duisterste middeleeuwen zit vol inleving. Je leest én voelt hoe Europa toen een nog grotendeels woest continent was vol mysterieuze barbarenvolkeren, wilde dieren en andere gevaren. Hoe Saraceense slavenhandelaars en Vikingschepen een voortdurende bedreiging waren. En hoe het Byzantijnse Rijk langzaam verpieterde.
Om de sfeer en de schrijfstijl te schetsen, een fragment waar de Engelse koning zich realiseert dat zijn rijk belaagd wordt door Vikingen:
An alarming realisation was dawning over Ethelred: that there were simply too many pirates infesting English waters for them all to have originated in Ireland. So immense was the treasure piled up in his kingdom, it appeared, that its glint was showing even beyond the grey expanse of the mist-filled northern seas, in Scandinavia. How telling it was, for instance, that the most feared of all the Viking captains should have been a man ‘skilled in divination’, whose talent for throwing the bones of birds and reading in them the pattern of what might otherwise have remained hidden had won for him the sinister nickname of ‘Craccaben’ – ‘Crowbone’. Olaf Trygvasson was a Norwegian, a man of the ‘North Way’, a realm so far distant from all that made for Christian order that even its women, it was said, grew beards, ‘and sorcerers and enchangers and other satellites of Antichrist’ swarmed everywhere. Whether as a consequence of necromantic skills or not, Trygvasson certainly had a nose for loot; and sure enough, like a raven tracking the perfume of carrion, he had ended up haunting the English sea lanes.
En zo gaat dat maar door. Een beter geschreven boek over de middeleeuwen zal je zelden tegenkomen. Aanrader dus, hopelijk krijgt ‘ie vroeg of laat een degelijke vertaling.
Gemakkelijker gezegd dan gedaan. Mijn grootste risico op dat vlak zijn boeken, en dan vooral online. Ik lees ergens een bespreking of een blogbericht over een boek, en klik-klik-klik, het zit al in m’n Amazon mandje en even later in m’n brievenbus.
No more! Tegenwoordig hanteer ik een Google Spreadsheet waarin ik alle interessante boeken noteer, inclusief ISBN nummer. Op geregelde tijdstippen koop ik er daar dan een paar van, of haal ik ze in de bib. Sommige schrap ik na een tijdje ook gewoon.
Het rondneuzen in Fnac of andere boekhandel is dankzij Thijs ondertussen ook vervangen door een (bijna) wekelijks bezoek aan de bib.
In Internetland is Cory Doctorow een fenomeen. SF-auteur, blogger, columnist en activist. De man houdt er een erg uitgesproken, en goed gefundeerde, mening op na over al wat met auteursrecht en online privacy te maken heeft.
Little Brother is een jeugdroman die gaat over een jongen van een jaar of zestien, Marcus Yallow. Hij wordt door zijn activiteiten als hacker verdacht van een terroristische aanslag. Het Department of Homeland Security sluit hem op, mishandelt hem, bedreigt hem zelfs met deportatie naar een anonieme overzeese gevangenis.
Je moet toch een beetje een nerd zijn om dit boek echt goed te vinden, denk ik. Het hoofdpersonage en al zijn vrienden zijn ten slotte computergeeks. Maar ze zijn stuk voor stuk sympathiek en vooral heel erg gewoon. Nergens krijg je het gevoel dat het verhaal over supermensen met onnatuurlijke mogelijkheden gaat. Het shockerende aan het hele boek is dat Doctorow het arresteren en mishandelen van een zestienjarige, en daarmee het afglijden van een samenleving naar de staatsterreur, perfect geloofwaardig neerzet. Het zou kunnen gebeuren, en het kan je buurjongen of kind zijn.
Je kan het boek bovendien gratis downloaden en doorgeven aan wie je maar wil. Creative Commons FTW!
Rond dit boek is nogal wat te doen geweest in het milieu, zijnde SF- en horrorfanaten op het Internet. De verwachtingen waren dan ook hooggespannen, Guillermo Del Toro is tenslotte de regisseur van Pan’s Labirynth.
The Strain is het eerste deel van een trilogie rond een vampierplaag die Manhatten inpalmt. Het boek volgt de klassieke horror-/thrillerstructuur waarbij verschillende verhaallijnen eerst onafhankelijk van elkaar worden opgestart, om vervolgens meer en meer in elkaar verwikkeld te geraken. Dat biedt namelijk mogelijkheden te over voor spannende cliffhangers.
Om te zeggen dat dit boek me tegenviel, gaat te ver. Het is een erg goed geschreven thriller met degelijke personages en een geloofwaardig plot, zelfs met vampiers. Ik was mee.
Maar het drijft mij wat te veel op clichés. Ik had voortdurend het gevoel dat ik naar een typische Amerikaanse thriller zat te kijken terwijl ik het las. Het hoofdpersonage, Eph Goodweather, is een wetenschapper die aan het hoofd van een epidemologisch rapid response team staat. Hij zit tegelijk verwikkeld in een echtscheidingsprocedure, met als inzet het hoederecht over zijn zoontje. Klinkt bekend. Uiteraard geloven zijn oversten hem niet als hij hen uitlegt wat voor plaag de stad New York teistert. One man, alone against the odds etcetera.
De Van Helsing van dienst is een oude Pool die de concentratiekampen overleefd heeft en nu een pandjeshuis in New York uitbaat. Voor het overige komt hij zo uit Bram Stoker’s Dracula.
De vooralsnog mysterieuze antagonist is een schatrijke zakenman die door een slepende ziekte aan de ijzeren long gekluisterd ligt. Hij staat aan het hoofd van een wat schimmig zakenimperium en woont alleen in een uitgestrekt penthouse. Ook dat klinkt bekend.
Ik denk niet dat ik deel twee en drie van deze trilogie ga lezen, maar ik heb ook geen spijt van dit eerste deel.
Na het lezen van De IJzeren Wil ben ik meteen het bekendste werk van Bas Haring in de bib gaan halen. Kaas en de Evolutietheorie is gericht op jongeren (ik schat van een jaar of dertien) en legt erg helder de evolutietheorie uit. Als je leest dat 80% van de moslimjongeren niet gelooft in de evolutietheorie, dan zou ik hen dit boek willen laten lezen.
Niet voor niets heeft dit boek de Gouden Uil gewonnen. Het stelt de evolutietheorie niet voor als een complex en onbegrijpbaar kluwen van jargon, maar net als een logisch geheel van op zich eenvoudige delen. We hebben allemaal over Darwin geleerd op school, maar ik begreep het pas echt na het lezen van The Ancestor’s Tale en dit boek. Wat Kaas en de Evolutietheorie schitterend doet is wetenschap vertalen naar eenvoudige, begrijpelijke taal.
Een aanrader dus, en niet alleen voor dertienjarigen.
Chris Anderson is hoofdredacteur van Wired, een blad dat al sinds de vroege jaren ’90 het hele Internet en al wat rond technologie en progressief denken hangt, opvolgt. Meestal met een -tegenwoordig zeldzame- oprecht positieve inslag. Het wordt binnenkort beter dan nu, en daarin heeft technologie een belangrijk aandeel.
Chris Anderson zelf belichaamt die mentale instelling. The Long Tail gaat over de nieuwe marktwerking die ontstaat dankzij de belachelijk lage distributiekosten via het Internet. De Long Tail uit de titel slaat op het fenomeen dat maar een zeer klein percentage uit het productaanbod van een winkel in echt hoge aantallen verkocht wordt. Na die ‘fat head’ komt de ‘long tail’: een quasi eindeloze lijst producten waarvan er -per product- veel minder verkocht worden. In z’n totaliteit is die ‘long tail’ wel veel omvangrijker dan de kleine verzameling toppers. Een cd-winkel verkoopt maandelijks misschien 5000 exemplaren van een hitsingle, maar verkoopt 20.000 exemplaren van al de rest bij elkaar geteld.
In een klassieke winkelsetting met beperkte uitstal- en opslagruimte is het zinvol om je te concentreren op de ‘hits’: die producten waarvan je het meeste verkoopt. De rest dient enkel om klanten te lokken met het idee van ‘volledigheid’ en neemt vooral veel plaats in.
Maar op het Internet gelden andere regels. Amazon, bijvoorbeeld, heeft een quasi oneindige stock. De kosten om een bepaald obscuur boek in de virtuele Amazon-rekken te houden, zijn vele keren lager dan bij een klassieke boekhandel. Daardoor wordt het interessant voor Internetwinkels om zich te richten op nicheproducten, op de staart van de verkoopgrafiek: The Long Tail.
Dat is, in het kort, de stelling van Chris Anderson. Een stelling waar ik me wel in kan vinden, maar die natuurlijk ook z’n grenzen heeft. Soms merk je dat Anderson de zaken net iets te rooskleurig voorstelt. Het Internet zorgt ervoor dat webwinkels een erg uitgebreid niche-aanbod kunnen voorleggen, maar het zorgt er ook voor dat er binnen die niches ook weer hits en flops ontstaan en dat het nog steeds vechten is om rendabel te worden en te blijven.
Zeer de moeite om te lezen. Goed geschreven en met sterke cases. Chris Anderson heeft proefteksten uit het boek op voorhand aan zijn bloglezers voorgelegd, en dat merk je. Zijn argumenten zitten ijzersterk in elkaar.