We zitten nu drie dagen in ons vakantiehuisje in Burgh-Haamstede, Zeeland. Het is een ‘Oostenrijks huisje‘, eigenlijk een noodwoning die hier na de watersnoodramp van ’53 door de Oostenrijkse regering werd neergezet. Toen woonde er een gezin met vijf kinderen in, nu vinden wij het aan de krappe kant. De tijden veranderen.
Het weer zit mee, net als het strand en de omgeving. Heerlijk rustig, zoals we dat gewoon zijn van de Zeeuwse kust. Na een wandeling van een kwartier à twintig minuten (afhankelijk van het getreuzel onderweg) zijn we op het strand met de bolderkar die we hier in het tuinhuisje gevonden hebben. Thijs vind z’n taxi ook geweldig. Papa, die ca. dertig kilo door glooiende duinen kan sleuren, iets minder.
De eerste dag waagde Thijs zich op z’n loopfiets door diezelfde glooiende duinen. Helaas, zo’n loopfietsje heeft geen remmen en een duinpad kan behoorlijk steil naar beneden duiken. Het resultaat waren een geschaafde wang en lip, én traantjes. Ondertussen is Thijs al zondermeer fier op zijn battle-scar. Maar een helling boezemt toch nog altijd een beetje angst in.
Klaas zijn tweede tandje is doorgebroken, dus hij glimlacht nu een beetje als een stripverhaal-piraat. Yo ho ho and a bottle o’ rum!
O ja, en er staat een vuurtoren!
