Soms als Thijs gaat slapen
wordt hij midden in de nacht weer wakker
van een lawaai
een soort gedonder
Dan kruipt hij diep onder de deken
met zijn armen om een knuffel
aap of paard of beer
Dan wacht hij tot het overgaat
en hij weer kan slapen
Op zo’n nacht durfde hij
en dat was echt wel wat
toch uit bed te komen
De vloer trilde
onder zijn blote voeten
Hij hield aap stevig vast
Thijs schoof voorzichtig
een stoel voor het raam
en keek naar buiten
Er was geen straat
en geen auto’s
Niemand die z’n hond uitliet
en geen huizen aan de overkant
Thijs zag alleen sterren
Zo veel dat hij ze niet kon tellen
En waar de straat was
hing een kleine blauwe knikker
die steeds kleiner werd
Hij hoorde iets op zolder
Gestommel, gerommel
Voetstappen
Met aap in de arm
waagde hij zich in de gang
Boven brandde licht
en fluisterden er stemmen
Voetje voor voetje
Tree voor tree
sloop Thijs de trap op
Boven was een deur
Een deur die Thijs nooit
ofte nooit
mocht open doen
Dat had papa ooit gezegd
en mama had geknikt
Hun stemmen hoorde Thijs nu
achter de deur
Hij greep de deurkruk
en draaide ze om
De deur zwaaide open
en daar zat papa
In een stoel
voor een rij knopjes
en lichtjes
en schermen
Mama zat naast hem
drukte op knoppen
en schoof met hendels
Ze zagen Thijs staan
staarden met grote ogen
Papa zei:
“Thijs! Ons huis…”
En mama zei:
“…is een raket!”
En Thijs was
niet meer bang

Schoon is dat. Ik ken een illustrator. Uw boek is af.