Twitter bird

bericht van 15 juni 2008

Treinreizigers

Ze zijn in verschillende categorieën onder te verdelen, allemaal terug te vinden op de dagelijkse IC van Turnhout naar Brussel en vice versa. Het resultaat van een kleine veldstudie:

De toerist

Vaak gepensioneerd, nooit alleen. In het ergste geval in groep. Gepakt en gezakt, vaak gehuld in training, sportschoenen en heuptasje. Ze gedragen zich als kinderen op schoolreis die voor het eerst in hun leven een trein zien. Komen schijnbaar nooit buiten en moeten tijdens zo’n uitstap al hun energie kwijt.
Raken in paniek als ze niet met z’n vijftienen bij elkaar kunnen zitten op een spitsuurtrein. Houden hun (hand)tas altijd angstvallig op schoot, want deze trein rijdt naar Brussel, Sodom en Gomorra aan de Zenne.

De werker

Zit mails te typen op zijn/haar opengeklapte laptop of een centimeters dik pak papier door te nemen met een markeerstift in de hand. Meestal solitair. Kijkt met een zeker dédain neer op de klaplopers die deze waardevolle reistijd minder nuttig invullen.

De kaarter

Collega’s die elke dag niet alleen acht uur per dag met elkaar op kantoor zitten, maar ook nog eens de hele treinrit heen en terug samenklitten. Hoeven niet per se te kaarten, maar lullen aan één stuk door, meestal zeer luidruchtig, over niets. Gedragen zich als pubers op de laatste bank van de schoolbus. Staan te drummen bij het opstappen om toch maar allemaal bij elkaar te kunnen zitten. Hun erfvijand is dan ook de toerist. Beschouwen de trein als min of meer hun eigendom.

De lezer

Verwant aan de werker. Zit op heen- en terugreis in volkomen stilte te lezen in een dik boek, meestal een thriller, meestal uit de bib. Soms leest de lezer een tijdschrift, maar dat is eigenlijk een sub-soort.

De staarder

Doet absoluut niks behalve voor zich heen zitten staren, desnoods de hele rit. Bladert soms vluchtig door een Metro, maar houdt dit zelden langer dan een tiental minuten vol. Heeft meestal een lege, lethargische uitdrukking op het gelaat.

De slaper

Slaapt consequent ‘s nachts een uur minder en haalt dat dan in op de trein. Nestelt zich aan het raam en verzinkt vervolgens in een diepe slaap. Bezit de wonderlijke gave om net voor het station van aankomst wakker te worden. Slapers die dat niet kunnen, zijn fake!

De student

Heeft altijd ca. 150 kg rugzak bij en installeert zich vooral in de halletjes. Soms waagt de student zich in de wagon zelf, de rugzak moeizaam voortslepend.
In groep te duchten, want dan vaak afkomstig van of op weg naar een festival. Gedraagt zich in dat geval opvallend gelijkaardig aan de kaarter.

De johnny

Heeft altijd een laptop bij en zit altijd naar een film of serie te kijken, zelfs al duurt de treinrit maar tien minuten. Draagt daarbij soms een hoofdtelefoon maar vaak ook niet. Lacht luidop indien de film of serie van het komische type is.
Kijkt schichtig op als je passeert, met een uitdrukking die zegt ‘heb je mijn beest van een laptop gezien?’

De vreemde eend

Hoort zichtbaar niet thuis tussen de verzameling pendelaars. Vaak een buitenlander op doorreis, soms ook een wat zonderling type die ‘ergens’ moet zijn. Knoopt vaak een gesprek aan, blijkt dan ofwel erg boeiend te zijn ofwel compleet geschift. Een combinatie van beide kan ook.
De vreemde eend valt vaak op doordat ‘ie angstvallig de stations telt en minstens één keer vraagt ‘Is dit de trein naar…’/'is this the train to…’

Nog types? Laat maar weten via de reacties.

Tags

, ,

7 Reacties op “Treinreizigers”

  1. De collega

    Werkzaam bij de NMBS, toont nooit z’n vrijkaart en kent de conducteur met naam en toenaam. Gebruikt tijdens gesprekken met collega’s minstens één keer de woorden blok 12 én TS300A.

    De prater

    Zoekt contact met een medereizigers vlak na aankondigingen van vertragingen. Meestal gaat hij met zijn slachtoffer de negatieve toer op. Volgens hem is het altijd hetzelfde liedje met de spoorweg en komen treinen nooit op tijd. Na alle klagerij stopt het gesprek meestal. Tenzij het slachtoffer van de prater ook het laatste nieuws over Tom Boonen heeft gelezen.

    De ontbijter
    Heeft niet de tijd om ‘s ochtends te ontbijten, maar wel om de avond daarvoor een ontbijt te fixen voor op de trein ‘s anderendaags. De ontbijter eet elke morgen met veel smaak z’n diagonaal gesneden boterhammen op, recht in het gezicht van z’n medereizigers. Echte pro’s slurpen verse koffie uit een thermos.

  2. En welk type ben jij, Toon?

  3. Haha, geweldig. Ik was in mijn studententijd een overtuigde slaper, maar ben nu overgestapt naar de lezersgroep. Mijn boeken komen wel nooit uit de bib, is dat een probleem?

    Waar horen de mensen thuis die, in een half lege trein toch nog naast jou willen komen zitten, en dan gewoon op je rugzak gaan zitten in de overtuiging dat je die op het allerlaatste moment wel zal wegtrekken? Of komen eisen dat je je spullen in het rek legt, ook al is dat gerief overduidelijk breekbaar zoals camera’s en muzikale instrumenten?
    Of de dametjes die het normaal achten dat hun schoothondje een zetel in beslag mag nemen? Deze studie vereist meer onderzoek.

  4. Mijn collega’s en ik voegen toe:

    De zweter: meer uitleg is niet nodig denk ik.
    De groepen: hebben altijd voorbehouden plaatsen maar vinden ze nooit en palmen dan maar gewone plaatsen in waardoor er een hoop plaatsen vrij blijven omdat de normale mens er niet mag gaan zitten. Altijd zeer luidruchtig ook.

    En om de vraag van Nele te beantwoorden: Toon is meestal de lezer. Ook wel de ‘halve slaper’ wanneer Thijs de ‘wakkere’ heeft uitgehangen de nacht voordien. En ook wel de ‘sociale die met zijn schoonzusje een gesprek voert’.

    Veerle, dat schoonzusje

  5. De meelezer:
    Hij/zij die naast je komt zitten en zonder schroom meeleest in je krant of tijdschrift…

  6. Deze peer review begint vruchten af te werpen. De ontbijter heb ik nog maar zelden mogen ontmoeten, komt waarschijnlijk vooral voor in de streek rond Diest. Is waarschijnlijk verwant aan de slaper, maar in een vroeg evolutionair stadium afgesplitst.
    De prater heb ik inderdaad ook al mogen ontmoeten, net als de zweter. De prater en de vreemde eend zijn in mijn ervaring ook vaak verwant. Misschien moeten we daar eens een venndiagrammetje over opstellen?

    Ikzelf ben inderdaad meestal een lezer, maar eigenlijk nooit van bib-boeken. Afhankelijk van a) het slaapgedrag van Thijs en b) de mate waarin het boek kan boeien, verander ik ergens rond Mechelen in een slaper. De formule ziet er als volgt uit:
    kS = bB/wT, waarbij kS=aantal kilometers waarna ik in slaap val, bB=boeiendheid van het boek en wT=aantal uren dat Thijs is wakker geweest.

Schrijf een reactie