De woordjes van Thijs, en hun vertaling in algemeen Nederlands:
- paa – paard
- ota – auto
- bomme – brommer
- aan – haan
- bee – beer
- caion – camion
- tatsjes – petatjes
- inde – vlinder
- boes – bus
- boem – bloem
- onke – donker
- abouke – kabouter
- kake – vake
- koeke – moeke
Woordjes die hij al juist zegt:
- koek (no surprises there)
- papa
- mama
- opa
- oma
- pakken
‘kabouter’ (‘abouke’) was zijn tweede woodje of zo, het kind heeft een bijzondere fascinatie voor kabouters.
