Auteursfout

Felix TimmermansEen tijdje geleden startte de Vlaamse uitgeverswereld (GEWU en RUIT) een affichecampagne. Om leraren en docenten te sensibiliseren over wat je wel en niet mag (foto)kopiëren op school. Vooral over wat niet mag eigenlijk, de campagne heet immers ‘het origineel is altijd beter dan de kopie‘.

De verzamelde uitgevers willen namelijk dat iedereen lesmateriaal, schoolboeken, werkboeken, tijdschriften, … koopt in plaats van kopieert. Da’s te begrijpen, het gaat om hun omzet en winstmarge. Wat ik fout vind is dat niemand de onderliggende boodschap van deze campagne in vraag stelt. Dankzij de kruistocht van Sabam en aanverwanten tegen alles wat hun bron van inkomsten in gevaar brengt is kopiëren in het algemeen bewustzijn stilaan synoniem geworden met stelen.

Ook deze campagne impliceert dat kopiëren in principe fout is. Je kan een online ‘test’ doen waar de wetgeving wel erg eenzijdig geïnterpreteerd wordt. De tweede vraag luidt:

In het kader van een project rond diversiteit gaat een lerares godsdienst/zedenleer naar haar lokale bibliotheek en kopieert er telkens 4 à 5 bladzijden uit zes verschillende boeken (educatieve en algemene) over het thema. Op die manier verzamelt zij alle voor haar bruikbare informatie over dit onderwerp, zodat de school de boeken niet hoeft aan te schaffen. De leerlingen mogen de gekopieerde bundels gratis gebruiken.

En het antwoord:

Alleen een DJ mag samplen, een leerkracht niet

  • Op het eerste gezicht lijkt de leraar hier binnen de grenzen van de wet te blijven. Hij kopieert immers telkens niet meer dan vijf bladzijden uit elk boek, en dat is een redelijke wettelijke bovengrens voor het kopiëren onder de uitzonderingsregeling.
  • Maar schijn bedriegt. De leraar sampelt er immers vrolijk op los. Door te kopiëren uit zes verschillende werken stelt hij in feite zijn eigen leermiddel samen, zodat de school geen leermiddel(en) of andere werken over dit onderwerp meer moet aankopen. En dat kan niet.
  • Absolute stelregel: het zelf samenstellen van readers met uittreksels uit allerlei beschermde werken en eventueel eigen bijdragen of rechtenvrij materiaal, is verboden als de school deze werken niet of niet meer in dezelfde mate aankoopt – anders gezegd: als de “normale exploitatie” (verkoop) van de betreffende werken schade ondervindt.

Dat deze lerares misschien maar vijf bladzijden uit elk boek de moeite waard vindt, staat er natuurlijk niet. Klap op de vuurpijl is deze passage: Door te kopiëren uit zes verschillende werken stelt hij [sic] in feite zijn eigen leermiddel samen, zodat de school geen leermiddel(en) of andere werken over dit onderwerp meer moet aankopen. En dat kan niet. Uiteraard, waar gaat het heen met de wereld als leraren -die daar nota bene voor opgeleid zijn- zelf hun eigen lesmateriaal samenstellen en niet braaf om de zoveel jaar dezelfde methode, met licht gewijzigde bladzijde-nummering én dure cd-rom, kopen. Wat willen de uitgevers eigenlijk? Dat de school de zes boeken waarvan sprake allemaal aankoopt voor elke leerling?

Een van de algemene doelstellingen van het onderwijs is kennis verspreiden. Als je deze test leest, zou je eerder vermoeden dat het verhogen van de omzet van uitgeverijen de doelstelling bij uitstek is. Iedereen is het erover eens dat een leraar die een boek van voor tot achter fotokopieert en uitdeelt aan z’n leerlingen fout bezig is. Maar een artikel in PDF formaat doormailen naar studenten die er een essay over moeten schrijven is blijkbaar ook illegaal, tenzij het via een ‘beveiligde omgeving’ gebeurt.

Er is dringend nood aan een reactie tegen dit soort foute propaganda en de algemene richting die het auteursrecht opgaat. Kennis wordt steeds meer ‘intellectueel eigendom’, met de nadruk op dat laatste. Boeken zijn er niet meer om kennis te verspreiden, maar om winst te genereren, het zijn producten uit een fabriek geworden. Het argument ter verdediging is altijd dat auteurs recht hebben op een inkomen. Dat klopt, maar er zijn minder auteurs die van hun auteursschap kunnen leven dan uitgevers van hun uitgeversschap. Dan zit er iets fout.

Het auteursrecht is bedoeld om de creatie van nieuwe werken te stimuleren. Door de auteur een aantal afdwingbare rechten toe te kennen zorg je ervoor dat hij zelf kan bepalen wat er met zijn werk gebeurt en er een inkomen uit kan verwerven, zo ontstaat er een klimaat dat scheppen stimuleert.
Het is tegenwoordig zo dat een werk pas in het publieke domein komt zeventig jaar na het overlijden van de auteur. Timmermans schreef ‘De zeer schone uren van Juffrouw Symforosa, begijntjen‘ in 1918. De man is gestorven in 1947. Dat betekent dat Symforosa pas in 2017 in het publieke domein komt, net geen honderd jaar nadat het geschreven werd. Hoe wordt hiermee de creatie van nieuw werk gestimuleerd? Op welke manier wordt de samenleving hier beter van? Welk recht hebben de kinderen en kleinkinderen van Timmermans nu nog op auteursrechten voor een werk uit 1918?

Een schrijnend voorbeeld, en eigenlijk de aanleiding voor deze hele litanie, is dit verhaal over een animatiefilm die je waarschijnlijk nooit te zien zal krijgen omdat er muzieknummers uit 1927 in voorkomen.

Ik verwijs ook graag weer naar een wat ouder berichtje over Negativland. Een hele grote middelvinger naar de auteursrechtenlobby

6 reacties op “Auteursfout”

  1. Prachtig betoog, beste Toon. Ik sluit me hier trouwens helemaal bij aan.

    Ik denk dat het probleem vergelijkbaar is met resultaten van fundamenteel onderzoek: wanneer dit uitgevoerd wordt door universiteiten komt het -via publicaties en papers- typisch in het publiek domein terecht. Een eenvoudige bronverwijzing volstaat om het werk te kunnen gebruiken. Newton verwoordde het best toen hij zei: "if I have seen further, it is because I stood on the shoulders of giants"; kennis brengt immers kennis voort.

    Daartegenover staat onderzoek door commerciële instellingen waar patentenoorlogen tot in het absurde gevoerd worden. Nochthans is het patent vergelijkbaar met auterusrecht: het moet de uitvinder in staat stellen om gemaakte investeringen tijdens het onderzoek terug te verdienen door hem een tijdlang te beschermen. Vandaag worden patenten echter als basis voor bedrijfsmodellen gebruikt en zijn ze zelfs verhandelbaar goed geworden.

    Zeker voor literatuur die in het onderwijs gebruikt wordt zou men een voorbeeld kunnen nemen aan de licentiepolitiek van sommige open source software pakketen. Ook daar verdigt bijvoorbeeld een Richard Stallman furieus dat software "vrij" moet zijn (doordat gratis en vrij in het Engels allebei "free" zijn, wordt dit soms fout geïnterpreteerd als dat OSS gratis zou moeten zijn).

    De strikte GNU public license legt bijvoorbeeld op dat iedereen een stuk broncode vrij mag gebruiken, voor zowel commerciële als niet-commerciële doeleinden, met als enige beperking dat een derde partij vrijheid van de software moet vrijwaren (de enige beperking is dus dat je het niet mag beperken). Met een middelvinger naar copyright, noemen ze dit "copyleft".

    Een belangrijke variant zijn licenties die zeggen dat er voor software alleen moet betaald worden voor commercieel gebruik. Het concept van academische licencties en zelfs gratis varianten is in de wereld van software heel erg ingeburgerd. Een mens vraagt zich af waarom dat voor boeken en muziek in het onderwijs niet kan…

  2. Inderdaad, schrijnend verhaal.

    Ik heb me trouwens vannacht een bedenking gemaakt die het systeem revolutionair zou kunnen veranderen: als een leerkracht moet betalen omdat ze de kennis van de auteurs gebruikt, zouden we de auteurs dan niet moeten verplichten om te betalen voor de kennis die ze bij leerkrachten hebben opgedaan? 't Is maar een idee, hé 😉

    • Dat zou nog eens een idee zijn: iedereen levenslang 1% van zijn inkomen aan zijn/haar leraren laten betalen. Helaas zouden veel leraren dan enkel nog willen werken voor "high potentials", vrees ik.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *