Fotografie: de basis

Ik ben aan het uitkijken naar een nieuwe camera. Geen compact, maar een echte spiegelreflex. En om daar toch met kennis van zake over te oordelen, heb ik me verdiept in de basisbeginselen der fotografie. Heel veel gevonden online, maar weinig echt duidelijke en beknopte informatie.

Dus ben ik bezig aan een nieuwe infografiek, die de absolute basics uit de doeken doet. Dit is nog maar een eerste, wat ruwe, versie. Met het schrijven van de teksten is gebleken dat er hier en daar nog wat detailtekeningen bij moeten en dat de illustraties nog wat verduidelijkt kunnen worden.

Mijn vraag aan jullie, lieve lezertjes, is of het enigszins duidelijk en begrijpelijk is. De fotografen onder jullie worden ook vriendelijk gevraagd om me op eventuele kemels te wijzen.

Dit is de tekst uit het beeld:

1. De gaatjescamera
Dit is de eenvoudigste camera. Het is niet meer dan een doos met aan één kant een heel klein gaatje. Het licht valt daardoor binnen en vormt een beeld op de tegenoverliggende wand. Hoe kleiner het gaatje, hoe scherper het beeld, tenzij het gaatje zó klein is dat de golflengte van het licht een rol begint te spelen.
De lichtstralen die weekaatst worden van één punt van het onderwerp, verspreiden zich in alle richtingen. Door het gaatje klein te houden, wordt maar een beperkt aantal lichtstralen doorgelaten, uit één bepaalde richting. Wordt het gat groter, dan wordt het beeld wazig doordat lichtstralen uit verschillende richtingen op hetzelfde beeldpunt terechtkomen.

2. De lens
Een lens verzamelt lichtstralen die zich vanuit één punt op het onderwerp hebben verspreid weer en brengt ze samen in één punt. Het brandpunt van de lens is de plaats waar evenwijdig aankomende stralen, na door de lens te passeren, weer samenkomen. Stralen die niet evenwijdig aan elkaar aankomen, komen op een andere plaats weer bij elkaar. Dit zorgt ervoor dat de afstand van het onderwerp tot de lens, en de afstand van de lens tot het beeldvlak, van belang zijn voor de scherpte. Voor elke opstelling is er maar één onderwerpsafstand die een echt scherp beeld oplevert. Er is een kleine marge rond deze afstand waarbinnen het beeld ook nog voldoende scherp is, deze marge heet de scherptediepte.

3. Diafragma
Dit is in principe niet meer dan een ondoorzichtige plaat (meestal metaal) met een rond of bijna-rond gat. Het diafragma vernauwt de lichtbundel die vanuit één punt van het onderwerp via de lens op het beeldvlak valt. Het vervult dus dezelfde functie als het gaatje in een gaatjescamera en zorgt ervoor dat lichtstralen minder verspreid op het beeldvlak terechtkomen. Door een klein diafragma te gebruiken wordt de scherptediepte van het beeld verhoogd.

2 reacties op “Fotografie: de basis”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *