Infografieken

Het is dezer dagen, met name online, een toverwoord: ‘infographic’. Berichten worden vlot gedeeld op Facebook en Twitter, als er maar een infografiek aan vasthangt. En daar is op zich niks mis mee, ware het niet dat de meeste van die dingen geen infografieken zijn. Eerder leuke illustraties waar hier en daar een cijfertje in zit.

Het Nederlandse ‘infografiek’ is een wat ongelukkige vertaling van het Engelse ‘infographic’. Een gewone staafgrafiek is immers ook al een ‘infografiek’, eigenlijk. En daarmee kom ik meteen tot de kern van de zaak: wat is een infografiek, of wat zou ‘ie moeten zijn.

De standaardvorm om cijfergegevens weer te geven is een tabel. Dat is visueel ook de eenvoudigste: een regelmatig raster.

In deze tabel vindt je zo een collectie van bedragen allerhande, telkens in miljard dollar. Die cijfers zijn samengebracht door David McCandless, een journalist die vond dat er in de media nogal vlot gegoocheld werd met van die enorme bedragen. Dat soms zelfs ‘miljoen’ en ‘miljard’ verward werden. Het is ook allemaal nogal abstract, je vergeet al wel eens een trio nullen. Om één en ander aanschouwelijk voor te stellen, maakte hij van die cijfertabel een infografiek:

Bron: Information is Beautiful

Daarin komen de verhoudingen tussen de verschillende bedragen goed tot hun recht. De exacte getallen aflezen is wat moeilijker dan in een tabel, en het bepalen van het tiende-grootste bedrag ook, maar daar gaat het hier niet om. De bedoeling van deze infografiek is aan te tonen dat er nog behoorlijk wat nuance zit in het vage begrip ‘heel veel geld’. Hoewel ‘ie uit niet veel meer dan wat gekleurde rechthoekjes bestaat, is dit dus een bijzonder geslaagde infografiek. Hij maakt in (bijna) één oogopslag iets zichtbaar dat met cijfers en tabellen alleen verborgen blijft.

En dat is de kern van een goeie infografiek, als je ’t mij vraagt. Al de rest, van guitige isometrische huisjes tot hippe afgeronde vormpjes, is bijzaak. Staat vaak in de weg zelfs.

Zo ongeveer de slechtste ‘infografiek’ die ik de laatste jaren ben tegengekomen, is deze (klik voor de volledige versie):

beeld: http://www.studiobrandstof.nl

Met deze grafiek wordt niets verduidelijkt, integendeel. Er staan zoveel getallen op dat het je duizelt, het is alsof iemand gedacht heeft: ‘een infografiek, dat is met cijfers, en meer cijfers, dat is dan beter’. Er zit bovendien niet echt een lijn in de voorstellingen, waardoor voortdurend appels en citroenen visueel met elkaar vergeleken worden. Een paar voorbeelden:

Hier staat dus twee keer hetzelfde. En een gezin, dat is dan een man, een vrouw en één kind? Je zou puur uit de beelden kunnen afleiden dat er twee auto’s per drie inwoners zijn, of zo. Net boven dit grafiekje staat dat er gemiddeld één auto is per 2,09 inwoners (geen idee waarom die 0,09 zo belangrijk is).  Nergens wordt er een zinvolle relatie gelegd tussen die twee statistieken, ’t zou nochtans interessant kunnen zijn.

Per jaar? Per maand? Per eeuw? Is er een verschil tussen het gemiddelde en de mediaan? En hoe komt dat dan? Wie geeft meer uit, wie minder? Die gezinnen met twee auto’s?

Ik vermoed dat het hier om 16.000 km per jaar gaat. Maar is dat dan per auto, per persoon of per gezin? Laten we even ‘per Belg’ veronderstellen. Die rijdt dus op tien jaar tijd virtueel over het hele wegennet (of tien Belgen op één jaar), daar moet visueel toch iets mee te doen zijn? 16.000 km is ook halfweg de Aarde rond, of ongeveer de afstand over de weg tussen Tanger en Kaap de Goede Hoop. Je zit dan negen dagen achter het stuur, aan gemiddeld 70 km/u. Een Belg zit dus per jaar negen dagen in de auto. Hoe zit de vergelijking met andere courante activiteiten? Opvallende verschillen? Daar kan je op zich al een hele infografiek aan ophangen.

Uh, wat? Hoewel, dit ziet er ingewikkelder uit dan het is. Het rode segment slaat niet op 120.000, maar op het aantal kilometers dat die mensen gemiddeld met hun dieselwagen rijden. Tenminste, dat denk ik. Blijkbaar is een dieselmotor pas rendabel vanaf 15.000 km/jaar. Wat ik dan wil zien is hoe dat komt. Breng de kostenstructuur van een dieselwagen in kaart, met jaarlijks gereden kilometers op de horizontale as. Zet daar een benzine-auto naast (of in een andere kleur op dezelfde grafiek) en dan kunnen mensen zelf die conclusie trekken. Maar een in de rondte gezette manklopende zin op een rode achtergrond doet het niet.

Je vraagt je misschien af: is dit belangrijk? Is dit gezaag van een kommaneukende vormgever? Nee. En laat me dat even uitleggen.

Het lijkt je misschien overdreven om een eenvoudige staafgrafiek een ‘infografiek’ te noemen, maar toch hou ik daaraan. Tot in de negentiende eeuw bestonden die voorstellingen immers niet of nauwelijks. Ze waren ook niet nodig. Het is pas na de Verlichting dat men bijna maniakaal allerlei statistieken is gaan bijhouden. Bevolking, productie, ziekte, landbouw, legers, enzovoort. In het begin gebeurde dat allemaal in ingewikkelde tabellen in dikke boeken. Men stelde al snel vast dat dit aan overzichtelijkheid te wensen overliet. En zo ontstonden de eerste echte (info)grafieken: grafische voorstellingen van cijfergegevens. Het taartdiagram werd uitgevonden in 1801.

En die grafische voorstellingen hebben heel wat teweeggebracht. Florence Nightingale vond medische zorg voor soldaten belangrijk, dat zal niet verbazen. Maar daar werd, diep in de 19e eeuw, ietwat op neergekeken. Gewonde soldaten verzorgen in het midden van het strijdgewoel was toch vooral een taak van liefdadige menslievendheid, eerder hinderlijk voor het oorlogsgebeuren zelf. Tot Nightingale, een wiskundig en statistisch talent, op het idee kwam om gegevens over soldatensterfte visueel voor te stellen:

Oppervlaktes geven het aantal doden weer. Rood: gedood in de strijd. Blauw: gestorven aan te voorkomen infecties. Zwart: alle andere doodsoorzaken.

De Britse parlementairen, die last hadden met pagina’s vol statistieken, begrepen wel meteen deze grafiek. Medische zorg voor gewonde soldaten werd van dan af wel belangrijk gevonden. Een goed gemaakte infografiek kan dus levens redden en is allerminst een manier om cijfers op te leuken.

Nog een kanttekening: soms wordt de visuele taal van infografieken gebruikt om illustraties of kunstwerken te maken. Of worden er opzettelijk complexe infografieken gemaakt. Kluwens van lijn en kleur, die vooral mooi zijn, en waar je uren naar kan zitten staren, op zoek naar betekenis. Ik ben daar niet tegen. Ik vind dat geweldig. Kunstenaars die data of grafiektaal gebruiken als inspiratie en daar beelden mee maken waarin je de achterliggende informatie enkel kan vermoeden. Dat is wat anders dan per abuis een perfect duidelijk cijfer verprutsen tot betekenisloos prentje.

Kanttekening 2: Wie geïnteresseerd is in statistieken en de kracht van de visuele voorstelling ervan, moet Hans Rosling eens googlen, en de BBC-documentaire The Joy of Stats te pakken proberen krijgen.

2 reacties op “Infografieken”

  1. Die kritische kijk, ik kan dat wel appreciëren. Zeker omdat ik ook af en toe mijn twijfels heb bij wat ze nu precies bedoelen over bijvoorbeeld 'het gemiddelde gezin' en mij dan afvraag uit hoeveel personen een gemiddeld gezin bestaat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *